Als zzp’er draag je als vuistregel tussen de 35% en 40% van je belastbare inkomen af aan inkomstenbelasting. Daar bovenop komt btw (21% of 9%), die je in principe doorgeeft aan de Belastingdienst. Samen bepalen die twee posten hoeveel je opzij moet zetten van elke factuur die je stuurt.
Hieronder lees je wat je concreet reserveert per belastingsoort, hoe je dat berekent en welke aftrekposten je bedrag flink kunnen verlagen.
Hoeveel reserveer je als zzp’er voor inkomstenbelasting?
De meeste zzp’ers houden rekening met 35% tot 40% over hun belastbare inkomen. Dat is niet je omzet, maar je winst na aftrek van kosten en aftrekposten zoals de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling. Die aftrekposten kunnen je belastbare inkomen behoorlijk verlagen, waardoor je in de praktijk vaak minder betaalt dan je op basis van je bruto-omzet zou denken.
Een simpel rekenvoorbeeld maakt dit duidelijk. Stel, je hebt een omzet van 60.000 euro per jaar en 5.000 euro aan zakelijke kosten. Je winst is dan 55.000 euro. Na de zelfstandigenaftrek (naar schatting rond 2.470 euro in 2026) en de mkb-winstvrijstelling (13,31% over het resterende bedrag) daalt je belastbare inkomen verder. Over dat lagere bedrag pas je de belastingtarieven toe.
Nederland kent in 2026 twee schijven voor box 1:
- Inkomen tot circa 75.518 euro: naar schatting rond 36,97% belasting
- Inkomen daarboven: naar schatting rond 49,50% belasting
De meeste zzp’ers vallen grotendeels in de eerste schijf. Reserveer je 35% tot 40% van je netto winst (na kosten, voor aftrekposten), dan zit je in de meeste gevallen veilig. Verdien je meer dan circa 75.000 euro winst, verhoog die reservering dan naar 45% of hoger voor het gedeelte boven die grens.
Btw afdragen: wat zet je apart?
Btw is technisch geen belasting over jouw inkomen. Je incasseert het namens de Belastingdienst bij je klant en draagt het vervolgens af. Toch vergeten veel startende zzp’ers dit apart te houden, waardoor ze bij de aangifte voor verrassingen komen te staan.
Het standaardtarief is 21%, voor sommige diensten en producten geldt 9%. Zet de btw die je ontvangt direct apart op een aparte spaarrekening. Je doet normaal gesproken elk kwartaal btw-aangifte. Let op: je mag de btw die je zelf betaalt op zakelijke kosten aftrekken (de zogenoemde voorbelasting). Wat je na die verrekening overhoudt, draag je af.
Overige afdrachten waar je rekening mee houdt
Naast inkomstenbelasting en btw zijn er nog twee posten die zzp’ers regelmatig vergeten:
- Zorgverzekeringswet (Zvw-bijdrage): Je betaalt als zzp’er een inkomensafhankelijke bijdrage over je winst. Dit wordt meegenomen in je aanslag inkomstenbelasting. Het percentage ligt naar schatting rond 5,32% in 2026, over maximaal een bepaald drempelinkomen.
- Voorlopige aanslag: Als je verwacht meer dan een paar honderd euro belasting te betalen, kun je een voorlopige aanslag aanvragen. Zo betaal je gespreid over het jaar en kom je niet voor een grote naheffing te staan.
Pensioen staat er niet bij, omdat dat geen verplichte afdracht is. Maar het is wel verstandig om naast je belastingreservering ook iets voor later opzij te zetten.
Praktische vuistregel voor je reservering
Een makkelijke aanpak: reserveer direct 40% van elke betaalde factuur (exclusief btw) op een aparte rekening. Van dat bedrag dekt de inkomstenbelasting het grootste deel; de rest vormt een buffer voor de Zvw-bijdrage en eventuele extra aanslagen. Heb je veel aftrekposten of een lager inkomen, dan hou je aan het einde van het jaar geld over. Dat is beter dan tekort komen.
Controleer elk kwartaal of je reservering nog klopt met je werkelijke winst. Groeit je omzet sterk, pas dan ook je reservering aan. De Belastingdienst rekent verder geen boete als je te weinig hebt gereserveerd, maar een naheffing van duizenden euro’s in één keer is wel vervelend voor je cashflow.