Afschrijving van goodwill betekent dat je de betaalde goodwill bij een overname of bedrijfsaankoop verdeelt over meerdere jaren als kostenpost. In Nederland geldt fiscaal een maximale afschrijving van 10% per jaar, wat neerkomt op een afschrijvingstermijn van minimaal tien jaar. Boekhoudkundig liggen de regels anders. Hieronder lees je precies hoe dat werkt, wat het verschil is tussen de fiscale en commerciële regels, en hoe je het bedrag berekent.
Wat is goodwill en wanneer schrijf je erop af?
Goodwill is het bedrag dat je betaalt bovenop de reële waarde van de activa en passiva bij een bedrijfsovername. Het staat voor zaken als klantenrelaties, merknaam, locatievoordeel of know-how. Je activeert goodwill op de balans op het moment van aankoop, en daarna schrijf je die waarde geleidelijk af als kostenpost in de winst- en verliesrekening.
Je schrijft af zodra je de goodwill in gebruik neemt, dus direct na de overname of aankoop. Zolang goodwill op de balans staat zonder te worden afgeschreven, overwaardeer je je bezittingen. Afschrijving zorgt er dus voor dat de balans een realistischer beeld geeft van wat je onderneming waard is.
Fiscale afschrijving goodwill: maximaal 10% per jaar
Voor de belastingaangifte geldt in Nederland dat je goodwill maximaal 10% per jaar mag afschrijven. Dat staat los van de vraag hoe snel de goodwill in werkelijkheid in waarde daalt. Je bent dus fiscaal altijd minimaal tien jaar bezig met het afschrijven van goodwill. Wil je sneller afschrijven? Dat is fiscaal niet toegestaan.
De Belastingdienst hanteert daarnaast de eis dat je afschrijft op het verschil tussen de aanschafkosten en de restwaarde. In de praktijk is de restwaarde van goodwill vaak nul: goodwill heeft doorgaans geen resterende verkoopwaarde aan het eind van de gebruiksperiode. In dat geval schrijf je het volledige aankoopbedrag af in tien jaar.
Een rekenvoorbeeld: je koopt een bedrijf en betaalt 100.000 euro aan goodwill. De restwaarde stel je op nul. Je jaarlijkse fiscale afschrijving is dan maximaal 10% van 100.000 euro, dus 10.000 euro per jaar, gedurende tien jaar.
Boekhoudkundige (commerciële) afschrijving
In de jaarrekening die je opstelt voor externe partijen, zoals de bank of aandeelhouders, gelden andere regels dan bij de belastingaangifte. Onder Nederlandse boekhoudregels (RJ 216) schrijf je goodwill in principe af over de economische levensduur. Als je die levensduur niet betrouwbaar kunt schatten, geldt een maximumtermijn van tien jaar. Kun je wel onderbouwen dat de goodwill langer waarde houdt, dan mag je over een langere periode afschrijven, tot maximaal twintig jaar in sommige situaties.
Internationale bedrijven die rapporteren onder IFRS (International Financial Reporting Standards) doen het fundamenteel anders: onder IFRS schrijf je goodwill helemaal niet meer planmatig af. In plaats daarvan doe je elk jaar een impairmenttoets, een waardeverminderingstest. Als de goodwill minder waard is geworden, boek je een bijzondere waardevermindering. Dit kan leiden tot grote, onverwachte afboekingen in een enkel jaar, wat IFRS-rapportages op dit punt grilliger maakt dan de Nederlandse methode.
Verschil tussen fiscaal en commercieel: wat doet dat in de praktijk?
Het verschil tussen de fiscale en de commerciële afschrijving leidt tot een tijdelijk verschil op de balans. Stel dat je boekhoudkundig in vijf jaar afschrijft (20% per jaar), maar fiscaal maximaal 10% per jaar mag aftrekken. Dan betaal je de eerste vijf jaar meer belasting dan je commercieel afschrijft, omdat je fiscaal minder kosten kunt nemen. Dit verschil leg je vast als een latente belastingvordering of belastingschuld in de jaarrekening.
Het is dus niet zo dat je altijd de fiscale methode ook boekhoudkundig volgt. De twee staan los van elkaar, en je moet ze apart bijhouden in je administratie.
Zelf berekende afschrijving stap voor stap
De berekening van de jaarlijkse afschrijving op goodwill is eenvoudig als je de juiste uitgangspunten hebt:
- Stap 1: Stel het aankoopbedrag van de goodwill vast. Dit is het bedrag dat je hebt betaald bovenop de reële waarde van de overgenomen bezittingen en schulden.
- Stap 2: Bepaal de restwaarde. Bij goodwill is dit vrijwel altijd nul euro.
- Stap 3: Bepaal de afschrijvingstermijn: fiscaal maximaal tien jaar (dus minimaal 10% per jaar), commercieel afhankelijk van de economische levensduur.
- Stap 4: Bereken de jaarlijkse afschrijving: (aankoopbedrag minus restwaarde) gedeeld door het aantal jaren.
Bij 150.000 euro goodwill, restwaarde nul en een fiscale termijn van tien jaar: 150.000 gedeeld door 10 is 15.000 euro per jaar. Dat bedrag breng je jaarlijks ten laste van de winst.
Valkuilen bij afschrijving van goodwill
Een veelgemaakte fout is dat ondernemers de goodwill te laag inschatten bij aankoop, waardoor ze later te weinig hebben geactiveerd en de afschrijving niet klopt. Zorg er altijd voor dat de goodwill goed is onderbouwd in de overnameovereenkomst, bij voorkeur door een accountant of bedrijfswaarderingsspecialist.
Verder geldt dat je goodwill niet sneller fiscaal mag afschrijven dan 10% per jaar, ook niet als je kunt aantonen dat de waarde al eerder verdampt. De Belastingdienst accepteert dit niet. Wil je toch eerder een verlies nemen, dan moet je kijken of er sprake is van een bijzondere waardevermindering, een impairment, die je apart kunt verantwoorden in de commerciële jaarrekening.
Houd ook rekening met het feit dat de afschrijving op goodwill alleen aftrekbaar is als de goodwill zakelijk is verkregen. Goodwill die je aan jezelf toerekent bij omzetting van een eenmanszaak naar een bv, valt onder specifieke regels en is niet zomaar aftrekbaar.
Kortom: schrijf goodwill fiscaal altijd af in minimaal tien jaar met maximaal 10% per jaar, houd de commerciële afschrijving apart bij op basis van de economische levensduur, en zorg dat de hoogte van de goodwill bij overname goed is vastgelegd en onderbouwd. Twijfel je over de juiste aanpak voor jouw situatie? Laat je dan adviseren door een accountant of belastingadviseur.