Een goede overall merk je vooral tijdens het werk: je beweegt normaal door zonder dat je kleding tegenwerkt. De grootste winst zit bijna altijd in pasvorm en bewegingsruimte. Als je bukt, knielt of boven je hoofd werkt, voel je direct of de stof meewerkt of trekt. Kijk je rond bij werkoveralls, zet dan pasvorm op 1. Zakken, kleur en extra details zijn pas echt handig als de basis rustig zit. Dat scheelt irritatie en je werkt gewoon prettiger door.

Begin bij je beweging: bukken, knielen, klimmen

Een overall “slaagt” pas als jij je normale bewegingen kunt maken. Je voelt het meestal het snelst bij het kruis, de schouders en de knieën. Doe daarom een snelle pas-check met bewegingen die je toch al vaak doet:

– Hurk en kom weer overeind

– Breng je armen helemaal omhoog (alsof je boven je hoofd werkt)

– Maak een grote stap (alsof je ergens overheen stapt)

– Ga kort zitten (alsof je in en uit een voertuig stapt)

– Draai je bovenlichaam links en rechts (alsof je iets pakt naast je)

Kun je hurken zonder trek bij kruis of schouders, dan zit de rompruimte vaak goed. Blijven de pijpen netjes op lengte en voelt de kniezone niet strak, dan beweegt het onder ook mee. Let tegelijk op “rust”: niet te los, zodat je niet blijft haken en de stof minder in de weg zit. Je zoekt dus ruimte op de plekken waar je beweegt, en een pasvorm die netjes blijft zitten als je loopt en draait.

Pasvorm: waar het meestal misgaat (en hoe je het rustiger krijgt)

De meeste comfortwinst zit meestal in vier punten: romplengte, schouders en oksels, taille en heupen, en pijplengte.

Romplengte: bij bukken en hurken wil je geen trek bij schouders of kruis. Heb je juist veel stof “over” rond je middel of zitvlak tijdens het lopen, dan voelt een iets kortere romplengte vaak netter en minder zwabberig.

Schouders en oksels: bij bovenhands werk wil je ruimte houden als je je armen omhoog brengt. Als de stof dan op z’n plek blijft, hoef jij niet steeds te corrigeren.

Taille en heupen: hier wil je kunnen draaien, bukken en knielen zonder dat de stof opbolt of snijdt. Dat helpt ook als je spullen in je zakken hebt: bij een grote stap blijft alles stabieler, waardoor het geheel minder trekt.

Pijplengte: bij hurken en knielen wil je dat de pijpen op lengte blijven, zodat je enkel bedekt blijft en de kniezone goed zit. Zijn pijpen wat langer, dan werkt het het fijnst als ze niet op je schoen blijven liggen of dubbel vouwen.

Praktisch helpt ook: een sluiting die je makkelijk bedient (ook met handschoenen) en zakken die logisch zitten, zodat je snel bij je spullen kunt zonder gedoe.

Materiaal en bescherming: kies op slijtageplek, niet op mooie termen

Kies vooral op de plekken die jij het hardst gebruikt. Werk je veel op je knieën of op de grond, dan is het fijn als knieën en het gebied eromheen tegen schuren kunnen. Kniel je regelmatig, dan maken kniezakken het makkelijker om kniebescherming op de juiste plek te houden. Schuif je vaak langs ruwe randen, let dan extra op zones zoals knieën, zakranden en onderbenen: die mogen stevig aanvoelen, zodat je overall langer netjes blijft.

Ook je einde-van-de-dag-gevoel komt vaak uit het materiaal. Steviger materiaal kan zwaarder en stugger voelen, zeker als je veel loopt of vaak op en neer beweegt. Een lichtere stof draagt meestal prettiger en minder warm, bijvoorbeeld bij binnenwerk of als je veel staat.

Werk je buiten of in natte omstandigheden, dan helpen waterafstotende stof en boorden die aansluiten tegen wind en tocht. Werk je met hitte of vonken, bijvoorbeeld bij lassen, dan kom je vaak uit bij een vlamvertragende overall. Ook dan blijft de basis hetzelfde: genoeg ruimte om te bewegen, maar niet zo wijd dat het onhandig wordt rond gereedschap.

Seizoen en onderhoud: één overall voor alles klinkt handig, maar voelt vaak net niet

Twee varianten (licht en warm) zitten in de praktijk vaak fijner dan één overall voor het hele jaar. Dan kun je sneller kiezen wat op die dag prettig werkt: luchtiger als het warm is, comfortabeler als het koud is.

Check tot slot slijtage op plekken die veel te verduren krijgen, zoals knieën, zakranden, ritsen en boorden. Rafels, dunne plekken of een rits die stroever loopt zijn vaak de eerste signalen. Pak dat op tijd aan (bijvoorbeeld repareren of op tijd wisselen), dan blijft alles soepeler werken. Wil je breder kijken dan alleen overalls, dan kun je dezelfde aanpak gebruiken bij bedrijfskleding van Workmanstore: eerst hoe jij beweegt en werkt, daarna pas de extra’s.

bookd blogger
crypto & nft lover

Bookd.nl

Alles over boekhouding, belasting en ondernemen

Bookd.nl

Alles over boekhouding, belasting en ondernemen.