Obligaties zijn een vorm van beleggen die veel mensen minder goed kennen dan aandelen, terwijl ze al eeuwenlang bestaan. Wie een obligatie koopt, leent geld uit aan een overheid of een bedrijf. In ruil daarvoor krijg je rente, en op een afgesproken moment krijg je je geld terug. Het klinkt eenvoudig, en dat is het in de basis ook. Toch zijn er genoeg dingen die je moet weten voordat je ermee aan de slag gaat.
Hoe een obligatie precies werkt
Stel dat een gemeente geld nodig heeft om een nieuw ziekenhuis te bouwen. De gemeente kan dan schuldbewijzen uitgeven aan beleggers. Jij koopt zo’n schuldbewijs voor bijvoorbeeld duizend euro. De gemeente belooft jou elk jaar een vast bedrag aan rente te betalen, de zogenoemde coupon. Na een aantal jaar, op de zogeheten vervaldatum, krijg je je duizend euro terug. De hoogte van de rente hangt af van hoe lang je geld vastzit en hoe betrouwbaar de uitgever is. Een stabiele overheid betaalt doorgaans minder rente dan een bedrijf met meer financieel risico, omdat de kans dat je geld terugkrijgt bij een overheid groter is.
Staatsobligaties en bedrijfsobligaties zijn niet hetzelfde
Er zijn twee grote groepen: staatsobligaties en bedrijfsobligaties. Staatsobligaties worden uitgegeven door landen. Nederland, Duitsland en de Verenigde Staten doen dit regelmatig om overheidsuitgaven te financieren. Omdat rijke landen zelden failliet gaan, gelden deze als veilige beleggingen. De rente is daardoor relatief laag. Bedrijfsobligaties werken anders. Een bedrijf als een grote supermarktketen of een telecombedrijf kan ook schuldbewijzen uitgeven. Die bieden vaak meer rente, maar het risico is groter. Als het bedrijf failliet gaat, loop je kans dat je je inleg niet terugkrijgt. Beleggers wegen daarom altijd af hoeveel risico ze bereid zijn te nemen tegenover het verwachte rendement.
Het verschil met aandelen en waarom dat belangrijk is
Aandelen geven je een stukje eigendom in een bedrijf. Gaat het goed met dat bedrijf, dan stijgt de waarde van je aandeel en ontvang je mogelijk dividend. Gaat het slecht, dan daalt de waarde. Een vastrentende waarde zoals een obligatie werkt anders: je bezit geen stukje van het bedrijf of de overheid, je hebt er alleen geld aan geleend. Dat maakt schuldbewijzen in de meeste situaties stabieler dan aandelen. De waarde schommelt minder hevig. Veel beleggers combineren daarom beide soorten in één portefeuille. Ze gebruiken de stabielere leningen als buffer en de aandelen voor groei op de lange termijn. Hoeveel je van elk neemt, hangt af van je leeftijd, je doelen en hoeveel schommelingen je aankunt.
Rente en koersen bewegen in tegengestelde richting
Een misverstand dat veel nieuwe beleggers hebben, is dat de waarde van een obligatie altijd gelijkblijft. Dat klopt niet helemaal. Op de secundaire markt, waar mensen bestaande schuldbewijzen verhandelen, veranderen de prijzen voortdurend. De belangrijkste oorzaak is de algemene rente in de economie. Stijgt de marktrente, dan worden nieuwe leningen aantrekkelijker dan jouw oude schuldbewijs met een lagere rentevergoeding. De waarde van jouw papier daalt daardoor. Daalt de marktrente, dan wordt jouw bestaande schuldbewijs juist waardevoller. Dit mechanisme speelt vooral een rol als je eerder wil verkopen dan de vervaldatum. Wie zijn lening gewoon aanhoudt tot het einde, krijgt de afgesproken rente en zijn inleg gewoon terug, tenzij de uitgever in de problemen komt.
Veelgestelde vragen
Wat is een creditrating en waarom is die belangrijk bij obligaties?
Een creditrating is een beoordeling van hoe betrouwbaar een uitgever is. Bureaus zoals Moody’s en Standard & Poor’s geven cijfers of letters aan landen en bedrijven die schuldbewijzen uitgeven. Een hoge rating betekent dat de kans groot is dat je je geld terugkrijgt. Een lage rating betekent meer risico, maar ook een hogere rente als beloning voor dat risico. Beleggers gebruiken deze beoordelingen om te bepalen of een lening bij hun profiel past.
Kan de waarde van een obligatie onder de uitgifteprijs zakken?
Ja, de waarde van een schuldbewijs op de secundaire markt kan zakken onder de prijs waarvoor het oorspronkelijk werd uitgegeven. Dit gebeurt bijvoorbeeld als de marktrente stijgt of als er twijfels ontstaan over de financiële situatie van de uitgever. Wie het bewijs aanhoudt tot de vervaldatum en de uitgever betaalt netjes terug, krijgt gewoon de oorspronkelijke waarde terug. Tussentijds verkopen kan dus verlies opleveren.
Is beleggen in obligaties geschikt voor beginners?
Beleggen in schuldbewijzen geldt voor veel beginners als een toegankelijk startpunt, omdat de rendementen voorspelbaarder zijn dan bij aandelen. Toch is het slim om eerst te begrijpen hoe rente, looptijd en risico met elkaar samenhangen. Wie wil beginnen, kan ook kiezen voor een obligatiefonds. Daarin bundelen veel beleggers hun geld, waardoor het risico gespreid wordt over tientallen of honderden verschillende leningen tegelijk.
Hoelang duurt de looptijd van een obligatie gemiddeld?
De looptijd verschilt sterk per type. Kortlopende schuldbewijzen lopen soms maar één tot drie jaar. Langlopende staatsleningen kunnen twintig of dertig jaar duren. Hoe langer de looptijd, hoe gevoeliger de prijs voor renteveranderingen en hoe meer onzekerheid er is over de toekomst. Veel beleggers kiezen een looptijd die past bij hun financiële doelen, zodat ze op het juiste moment over hun geld kunnen beschikken.